Koenji vs Shimokitazawa: Tokyo's Two Vintage Capitals
**Tokyo’s Twee Vintage Fronten: Koenji versus Shimokitazawa** Vintage in Tokio is geen hobby. Het is een sport. En de twee belangrijkste speelvelden zijn Koenji en Shimokitazawa. Ze liggen op twintig
Tokyo’s Twee Vintage Fronten: Koenji versus Shimokitazawa
Vintage in Tokio is geen hobby. Het is een sport. En de twee belangrijkste speelvelden zijn Koenji en Shimokitazawa. Ze liggen op twintig minuten van elkaar, maar voelen als verschillende decennia. Ik koop al vijftien jaar in beide wijken. Dit is wat je moet weten.
Koenji: Punk, Leren en Lagen
Koenji is een studentenwijk. Dat hoor je aan de prijzen. Een leren bommenjas uit de jaren 70 kost hier 3000 yen, niet 12.000. De focus ligt op ruwe, mannelijke vintage: band-T-shirts, versleten Levi’s 501s uit de jaren 70, militaire parka’s. Geen zachte pastels. Wel zware wol en kapotte ritsen.
De beste shop is Boy (naast het station). Die heeft alleen herenvintage uit de jaren 60 tot 80. Denk aan Franse werkjassen, Amerikaanse legerbroeken, Engelse gabardine regenjassen. De eigenaar sorteert op constructie: double-stitched naden, metalen knopen, katoen dat dikker is dan een deken. Geen merken, wel makers. Hij noemt ze bij naam: Lee, Wrangler, Big Mac.
Het Kitakore Building is een grijze betonnen doos met vier verdiepingen vol winkeltjes. Bovenin zit een man die alleen zwarte leren jassen verkoopt. Schapenvacht, koeienhuid, versleten tot het voelt als boter. Hij vertelt je precies uit welk jaar de voering komt. Geen prijsonderhandeling. Wel een handdruk.
Koenji heeft ook platenzaken. Disk Union (twee verdiepingen) heeft bakken met Japanse punk uit 1979. De hoesjes zijn gekreukt. De vinyl kraakt. Precies goed.
Shimokitazawa: Curated Amerika
Shimokita is anders. Hier loop je over smalle straatjes vol gecurateerde winkels. De prijzen zijn hoger, de kleding schoner, de klant creatiever. Dit is de wijk voor American vintage: Hawaiiaanse overhemden uit de jaren 50, gabardine broeken, leren vliegeniersjacks. Alles is gewassen en gestreken. Geen rafelranden.
Flamingo is de bekendste. Drie verdiepingen, elke laag een ander decennium. Boven: jaren 70 met polyester overhemden en wijde pijpen. Beneden: jaren 50 met wollen vesten en gabardine. De selectie is streng. Alleen spullen die eruitzien alsof ze nooit gedragen zijn. Prijzen? 8000 yen voor een overhemd. Dat is normaal hier.
New York Joe zit in een wit pand met rode letters. Gespecialiseerd in Amerikaanse legerkleding uit de Tweede Wereldoorlog. M-41 jacks, HBT broeken, jungle boots. Alles is echt. Geen replica’s. De eigenaar reist elk jaar naar de VS en koopt op veilingen. Hij weet welk jaar een knoop is gemaakt. Vraag hem naar de stiksels. Hij praat er een halfuur over.
Haight and Ashbury is kleiner, maar scherp. Focus op Amerikaanse sportkleding uit de jaren 70 en 80. Sweatshirts van Champion, baseball jacks van Rawlings, wollen truien met geborduurde letters. De kleuren zijn verbleekt. De stof is dun van het wassen. Precies wat een stylist zoekt.
Wanneer gaan
Koenji is het beste op zondag. Dan is er een kleine vlooienmarkt bij het station. Studenten verkopen hun oude bandshirts voor 500 yen. Shimokita is het beste op dinsdag of woensdag. Dan zijn de toeristen weg en kun je in alle rust door Flamingo lopen. De eigenaren hebben tijd om te praten. Ze vertellen je waarom een bepaalde spijkerbroek uit 1973 beter is dan een uit 1975. Luister.
De sfeer
Koenji ruikt naar oude sigaretten en vinyl. De straten zijn stil, behalve het geluid van punk uit open ramen. Shimokita ruikt naar koffie en wasverzachter. Hier zitten jonge ontwerpers in cafés met Moleskine-notitieboekjes. Ze tekenen wat ze net hebben gekocht.
Mijn advies
Begin in Koenji. Koop een zware leren jas voor 4000 yen. Neem de trein naar Shimokita. Verkoop hem aan Flamingo voor 12.000 yen. Koop daar een Hawaiiaans overhemd uit 1952. Draag het de volgende dag in Koenji. De cirkel is rond.
About the designer
Japanese
Discover the story behind Japanese — their archive, era, and signature pieces.
Explore Japanese →